Het verleden van Nederlands-Indië. |
Updaten 01.01.2001 |
||||||||||||||||||
|
Vervolgens een korte samenvatting van de geschiedenis van Nederlands-Indië of Indonesië, zoals het tegenwoordig genoemd wordt. Deze samenvatting beschrijft het historische verband met het leven van de Indische/Nederlandse tak van onze familie, die opgebouwd is door Friedrich Christian Andreas nadat hij in 1895 emigreerde van Duitsland naar Nederlands-Indië. Zijn nakomelingen verlieten, op een kleindochter na, die met een Indonesiër getrouwd was en daar nog steeds woont, na het eind van de Tweede Wereldoorlog het zuid-oost aziatische land en vertrokken naar Nederland. |
![]() |
||||||||||||||||||
Het begin van de kolonieTegen het eind van de 15e eeuw waren er meerdere Islamitische sultanaten op het gebied van het huidige Indonesië. Met de ontdekking van de zeewegen naar Indië in 1498 stootten de Europeanen in het gebied van zuid-oost Azië, om de specerijenhandel over te nemen die geëxploiteerd werd door de oosterlingen [1]. In 1596 kwamen de eerste Nederlanders naar Indonesië, van wie de specerijenhandel al gecontroleerd werd door de Portugezen. In de zeeslag in de Bocht van Banten in 1601 verdreven de Nederlanders de Portugezen [5]. In 1602 gaf het Nederlandse parlement in een handvest van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) het handelsmonopolie voor alle gebieden ten oosten van Kaap de Goede Hoop. Het handvest, dat de VOC de rechten van een soeverein toekende, ondernam in het zelfde jaar de eerste handelsexpeditie naar de "specerijen-eilanden", de Molukken. De kernzaak van de VOC bestond uit de handel in peper en specerijen [5]. In 1619 veroverde de Nederlandse handelsgouverneur Jan Pieterszoon Coen Jayakarta (het huidige Jakarta) en stichtte een Nederlandse kolonie, dat hij Batavia noemde [5]. De Romeinen noemden Nederland Batavia, het land van de Batavieren, naar een Germaanse volksstam die aan het begin van de jaartelling in de Rijndelta leefde [1]. Als gevolg van de Franse Revolutie werd Nederland in 1795 een Bataafse republiek. Op 31 december 1799 ontbond de regering van de Bataafse Republiek van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) die wegens wanbeleid en corruptie failliet was gegaan [1], en nam alle gebieden over die onder invloed van de VOC stonden als kolonies van de Bataafse Republiek [5]. In 1806 veranderde Napoleon Bonaparte de Bataafse Republiek in het Koninkrijk Holland en kroonde zijn broer Louis Bonaparte tot koning. In 1810 deelde Napoleon het Koninkrijk Holland in in het Franse Rijk [5]. Een Britse vlootformatie overwon in 1811 de Nederlanders op Java, met het gevolg dat het Nederlandse gebied in Indonesië aan Groot Brittannië viel. Indonesië werd nu geregeerd door de Britse Generaal Gouverneur Lord Minto in Calcutta, die alle Britse bezittingen in Azië ten oosten van Suez bestuurde [5]. Het Weense Congres stelde in 1815 het onafhankelijke Koninkrijk der Nederlanden weer in en kende het toe aan België. Tijdens vredesonderhandelingen met Groot Brittannië kreeg Nederland haar Indonesische bezittingen terug in ruil voor Kaap de Goede Hoop en de Nederlandse bezittingen in Ceylon [5]. |
Dit zijde:Indonesisch streven naar onafhankelijkheid De Tweede Wereldoorlog in de Pacific De Japanse bezetting De onafhankelijkheid van Indonesië
![]() |
||||||||||||||||||
Uitbreiding van de kolonieIn 1828 werd de Burgerlijke Stand opgericht [9]. Vanaf 1830 werd onder de Generaal Gouverneur Johannes van den Bosch Nederlands-Indië tot een kolonie ontwikkeld dat in staat was veel te presteren. Hun aanspraak tot macht moest echter permanent tegen de inheemsen als ook de Engelsen en Portugezen verdedigd worden. In het verdrag van Sumatra van 1871 deden de Nederlanders afstand van hun bezittingen aan de Goudkust in Afrika en ontvingen daarvoor van de Engelsen de heerschappij over Sumatra [1]. In 1880 werd de eerste spoorweglijn van Batavia naar Bandung in gebruik genomen. In 1883 verkreeg A.J.Zijlker de officiële goedkeuring in Langkat (Noord Sumatra) naar olie te boren en richtte de Koninklijke Nederlandse Shell op [2]. In 1900 begon de Nederlands koloniale regering met de "ethische politiek", nadat de mensenrechten activisten in Nederland gewezen hadden op de verplichtingen van de Nederlanders tegenover de onderdanen in de kolonie. Op basis van aanbevelingen van Nieuwenhuis en Theodor Conradt van Denventer begon men zich iets meer te bekommeren om opvoeding en onderwijs, gezondheid en plaatselijk bestuur [5]. Als gevolg van de vijfde Nederlandse "militaire expeditie" van 1906 tot 1908 raakte heel Bali onder Nederlandse heerschappij. De militaire expeditie leidde ertoe dat de gehele Hof van Bandung in september 1906 en het hof in Klunkung in april 1908 zelfmoord pleegde [5]. De Atjeh-oorlog eindigde in 1913 en daarmee viel Atjeh (Noord Sumatra) aan de Nederlanders. De guerillagevechten gingen door. Ook West-Timor werd een deel van het Nederlandse koloniale rijk, terwijl Oost-Timor verder Portugees bleef [5]. |
Over het Nederlands koloniale leger, het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, (KNIL) | ||||||||||||||||||
Indonesisch streven naar onafhankelijkheid. |
Begin van de zijde | ||||||||||||||||||
|
In 1908 nam na de aanvankelijk culturele aansluiting van Indonesische intellectuelen in de vereniging "Budi Utomo"(edel streven) de Indonesische nationale beweging een aanvang. Hieruit ontstond in 1911 de religieus-nationalistische "Sarekat Islam Indonesia", die de eerste Indonesische antikoloniale partij vomde. In 1927 richtte Sukarno de Indonesische Nationale Partij (PNI) op, die in 1931 in de Indonesische Partij opging [1]. Op 14 mei 1914 richtte Franciscus Marie Sneevliet de "Indies Social Democratic Association" op, die op 23 mei 1920 in de "Partei Komunis Indonesia" (PKI) omgezet werd, de eerste communistische partij in Azië, buiten de Sowjet Unie [5]. De Nederlandse regering bestreed de nationalistische bewegingen van alle schakeringen met uiterste strengheid [1]. Nederland weigerde een autonomie nog in februari 1940. In mei 1940 werd Nederland door Duitsland bezet, en de Nederlandse regering vluchttte naar Londen. Desondanks regerden ze verder over hun koloniën [2]. De nederlaag van de Nederlanders tegen de Duitsers werd door de Indonesische nationalisten als bewijs van zwakheid van de koloniale macht gezien [5]. |
Begin van de zijde | ||||||||||||||||||
De Tweede Wereldoorlog in de Pacific.De Tweede Wereldoorlog begon in de Pacific met de Japanse aanval op de Amerikaanse Pacificvloot in Pearl Harbour (Hawaii) op 7 december 1941. De Japanners rukten bijna gelijktijdig op naar de Philippijnen en het schiereiland van Malakka. op 25 december 1941 werd Hong Kong bezet, op 2 januari 1942 Manilla en op 15 februari 1942 Singapore [1]. Op 10 januari 1942 begon de Japanse invasie in Kalimantan, Sulawesi en Ambon. In de slag in de Java-zee van 27 februari tot 1 maart 1942 vernietigden de Japanners de geallieerde vloot [2], en de invasie op Java begon [3]. Op 8 maart 1942 moesten de Nederlanders op Java capituleren [2]. De overgebleven soldaten van het Nederlands koloniale leger K.N.I.L. (Koninklijk Nederlands Indisch Leger) gingen na de capitulatie in krijgsgevangenschap [3]. |
Begin van de zijde | ||||||||||||||||||
De Japanse bezetting.Voor de Europeanen.Het Japanse leger richtte onmiddellijk krijgsgevangenkampen en interneringskampen op in scholen, gevangenissen, spoorwegremises, barakken en kloosters voor de geallieerde krijgsgevangenen en burgers van de landen waarmee ze in oorlog waren. Elke Nederlandse invloed op Indonesië zou verhinderd worden. Mannen werden van hun gezinnen gescheiden. Jongens van 10 jaar werden van hun moeders gescheiden en in een mannenkamp gebracht [3]. Een groot aantal werd als dwangarbeider ingezet en moesten onder andere aan de beruchte Tai-Burma-spoorweg bouwen [3]. Voeding was in 1942 en 1943 in de kampen net genoeg. De rantsoenen waren klein, maar konden aangevuld worden met groente uit aangelegde tuinen of door de zwarte handel met de inheemsen. De situatie verslechterde vanaf 1944. De rantsoenen werden nog kleiner en waren van slechte kwaliteit. Enkele gevangenen probeerden hun eiwittekort aan te vullen door het consumeren van katten, kikkers, slangen, hagedissen en ratten. De weerstand verminderde door de slechte voeding. Watergebrek en onhygiënische sanitaire faciliteiten leidden tot een verspreiding van epidemieën. Artsen en verpleegsters probeerden vaak de patienten te helpen met zelfgemaakte medicijnen en medische adviezen. Vele kampen waren overvol. De omstandigheden en de behandeling waren slecht zodat vele gevangenen aan tropische ziekten en ondervoeding leden en vele gevangenen als gevolg van dwangarbeid stierven [3] [7]. In augustus 1943 namen de Japanners de suikerrietplantages over en stuurden de Europese eigenaren naar de interneringskampen. Ook de Nederlandse geestelijken moesten naar de interneringskampen [2]. In 1944 werden de gevangenen naar de paar veraf van de gelegen kampen gebracht, zodat de slaapruimtes waren teruggebracht naar 50 cm [3]. Zelfs vrouwen werden gewetenloos geslagen omdat ze van weinig
betekenis waren. Als straf werden ook handen en oren afgehakt
door de Japanners. Medicijnen die door het Rode Kruis beschikbaar
waren gesteld voor de gevangenen, werden door de Japanners achtergehouden
en de gevangenen konden zien hoe ze onder andere met bloedzuigers
hun ontstekingen bestreden. Werd iemand betrapt met een radio, zo werd hij bedreigd, zouden de trommelvliezen doorgeprikt worden met bamboe pinnen [7]. |
Begin van de zijde | ||||||||||||||||||
De volgende kampen zijn gevonden [3] [6]:
|
Over de beide Japanse slavenprojecten in de 2e Wereldoorlog: de Pakan Baru spoorweg en de |
||||||||||||||||||
Voor de Indonesiërs. |
Begin van de zijde | ||||||||||||||||||
|
Terwijl Soekarno en Hatta besloten tot een samenwerking met de Japanners gingen de socialisten en communisten in het verzet [1]. Vervolgens suggereerde de Japanse propaganda een voortzetting van de Nederlandse politiek. Echter, nadat de Japanse troepen voedsel begonnen achter te houden en mannen tot dwangarbeid brachten, veranderde de mening van de Indonesiërs over de Japanners. Slechts enkele Japanse officieren uitten hun sympathie wat betreft het idee van de Indonesische onafhankelijkheid. Er kwam een opstand tegen de Japanse bezetters, bijv. in november 1942 in Atjeh en september 1943 in zuid- en west Kalimantan. Op 3 oktober 1943 richtten de Japanners de PETA (Pembela Tanah Air: Verdediger van het Vaderland) als vrijwilligersleger [5] en de Masyumi (Majlis Syurah Muslimin Indonesia) op [2]. In maart 1945 kondigden de Japanners een oproep aan voor een comité ter voorbereiding van de Indonesische onafhankelijkheid. In april 1945 volgen gesprekken tussen de representanten van de Indonesische onafhankelijkheid en de Japanse militairen. In juli 1945 ontmoetten beide partijen elkaar weer in Singapore en maakten plannen om Indonesië aan de Indonesiërs over te geven [2]. Op 9 augustus 1945 werden Sukarno en Hatta vanuit Japan naar Vietnam overgevlogen om daar hoge Japanse militairen te ontmoeten. Zij werden daar over de aanstaande ondergang van de Japanse strijdkrachten geïnformeerd en keerden op 14 augustus naar Jakarta terug [2]. |
Begin van de zijde | ||||||||||||||||||
Einde van de oorlog.In april 1944 heroverden de geallieerden Hollandia (Jaypura) op weg naar de Philippijnen en zetten het weer onder Nederlands-Indisch bestuur. In mei begonnen Australische en Nederlandse eenheden Tarahan op Kalimantan terug te veroveren. In juni 1945 landden Nederlandse troepen op Noord Sumatra en in juli veroverden Australische troepen Balikpapan, terwijl Amerikaanse bommenwerpers Watampone en verdere gebieden in Kalimantan en Sulawesi bombardeerden [2]. Op de Potsdammer conferentie van 17 juli tot 2 augustus 1945 besloten de overwinnende mogendheden Thailand, Indochina, Malaya en Nederlands Oost Indië (Indonesië) onder Brits commando van South East Asia Command (SEAC) te stellen. Hoofdkwartier van commandant Admiraal Lord Louis Albert Victor Nicolas Mountbatten was Singapore. Oost-Indonesië en Kalimantan kwamen onder Australisch commando [5]. Op 6 augustus 1945 viel de eerste atoombom op Hiroshima en op 9 augustus op Nagasaki. Het Sowjetleger versloeg op 15 augustus 1945 het Japanse Kwantungleger en had noordoost-China en Noord Korea bevrijd, als ook Zuid Sachalin en de Kurilen ingenomen. Op 2 september ondertekenden de Japanners de onvoorwaardelijke capitulatie [1]. Voor vele krijgsgevangenen betekende dit het overleven, vanwege een bevel van de Japanse oppercommando's aan alle troepen, alle geallieerde krijgsgevangenen te doden wanneer de eerste geallieerden voet op de Japanse hoofdeilanden zouden zetten [4]. Veel van de gevangenen hadden gezien dat de Japanners in de nabijheid van de kampen een paar maanden voor het einde van de oorlog twee meter diepe greppels lieten uitgraven. Ze waren voor een massaexecutie bestemd. Dit werd tijdens de ontdekkingen van de Amerikaanse geschiedkundige Dr. Linda Goetz Holmes bevestigd, die in 1997 Japanse geheime rapporten in Amerikaanse militaire archieven gevonden heeft. Het Japanse oppercommando gaf daarna het bevel aan de kampcommandant alle geallieerde gevangenen bij een dreigende invasie te executeren. Als datum was 26 augustus 1945 vastgelegd [8]. Op 15 augustus 1945 kapituleerden de Japanners in Indonesië, echter ze controleerden nog grote delen van het land [1]. Na de capitulatie van de Japanners begon de onafhankelijkheidsstrijd van de Indonesiërs. Tot de geallieerden arriveerden, betekende dit een groter gevaar voor veel Nederlanders dan daarvoor onder Japanse bezetting [7]. |
Begin van de zijde | ||||||||||||||||||
De onafhankelijkheid van Indonesië.De periode na de oorlog was voor Indonesië zo chaotisch, dat het heel moeilijk was om een obectief en volledig beeld over deze tijd te vormen. Als ook de poging de belangrijkste gebeurtenissen uiteen te zetten. De Japanners hadden tijdens de capitulatie erin toegestemd om Indonesië aan de Nederlanders terug te geven [2]. Op 17 augustus 1945 riepen Sukarno en Hatta de onafhankelijkheid van de vrije Republiek Indonesië uit [1]. Peta-eenheden, radikale jongeren en gewone burgers in Jakarta verdedigden het domicilie van Sukarno. Op 22 augustus maakten de Japanners hun capitulatie bekend en ontwapenden de door hen opgezette Peta en Heiho en ontbond hen. Vele leden van de ze groepen hadden nog niet van de onafhankelijkheid gehoord [2]. In augustus 1945 landden de Nederlandse troepen in Sabang in Atjeh. In september 1945 namen de republikeinse jongeren de spoorweg en het radiostation in Jakarta en andere instellingen in Yogya, Solo, Malang en Bandung over. De Indonesische vorsten verklaarden hun ondersteuning voor de republiek. Voormalige Peta- en Heiho soldaten verenigden zich met de Islamitische eenheden. Geweld ontstond tussen jongeren en Nederlanders die uit de interneringskampen vrijgelaten zijn [2]. Deze situatie werd geheel verkeerd ingeschat door de Nederlandse gouverneur in ballingschap Van Mook in het Australische Brisbane. Voor hem symboliseerde de Indonesische poging naar onafhankelijkheid zich als een Japans overblijfsel die door enkele scheepsladingen met voedsel en kleding gestopt kon worden [5]. Op 29 september 1945 landden twee divisies Brits-Indische troepen onder luitenant-generaal Sir Philips Christison in opdracht van de geallieerde commando's in Jakarta. Sir Philips Christison werd opperbevelhebber van de Britse troepen op Sumatra en java [5]. In augustus ontvingen tevens Australische troepen de Japanse capitulatie in Sulawesi en overhandigden de oostelijke gebieden aan de Nederlanders [2]. In oktober 1945 landden de Britse troepen in Padang, Medan en Palembang. De conflicten tussen republikeinse jongeren en buitenlanders escaleerden. De ABRI werd opgericht en het kwam tot een kleine schermutseling met de Nederlanders op Java, Sumatra en Bali. De Japanse militaire politie veroorzaakte een bloedbad onder republikeinse jongeren in Pekalongan. Japanse troepen verdreven republikeinen uit Bandung en Semarang en overhandigden de steden aan de Britten. De Japanse generaal gaf zich over aan de Nederlanders in Surabaja, en overhandigde de wapens aan de republikeinen [2]. Overal op Java ondersteunden jonge revolutionaire aktivisten en inheemsen de nieuw uitgeroepen republiek. Ze verenigden zich, verdreven de Japanse troepen en namen hun wapens in bezit [5]. Britse troepen arriveerden, echter zij werden door Indonesische eenheden en hordes inheemsen uitgeput. Sukarno regelde een wapenstilstand, toch werd de Britse commandeur tijdens de onderhandelingen gedood, waarna de Britten Surabaya in een strafaktie bombardeerden en burgers en vluchtelingen in scheervlucht op de straten aanvielen. Duizenden kwamen om of werden dakloos [2]. De meerderheid van de Britse troepen waren Indiërs, een reden voor Nehru om ertegen te protesteren dat Indosiche troepen tegen Indonesiërs werden ingezet. Dit protest was medebeslissend voor de terugtocht van de Britten [2]. Op 10 november 1945 begon het tegenoffensief van de Indonesiërs in Surabaya. Dit duurde drie weken. 600 Indisch-Britse soldaten liepen over naar de Indonesiërs [2]. Meer dan 600 Britse soldaten stierven en aan de Indonesische kant waren 7000 verliezen te betreuren. Deze gebeurtenis werd later beschreven als de "Heldendagen"[5]. In november 1945 gaven de Nederlanders Atjeh definitief op. Van 12 tot 15 december vond de slag om Ambarawa plaats [2]. Hier speelde de leider Sudirman een beslissende rol, wat hem tot opperbevelhebber van het nieuw gevormde Indonesische nationale leger maakte [5]. De geallieerden evacueerden de laatste overgebleven Japanners op Atjeh. Daarna brak een bloedige revolutie uit in Atjeh waar de heersende aristocratie van de Islamitische leider verloor [2]. Vanwege de conflicten in Nederlands-Indië werden vele voormalige KNIL-soldaten die de Japanse krijgsgevangenkampen overleefd hadden en deels al naar Nederland vertrokken waren, weer naar Indonesië teruggeroepen om aan de gevechten deel te nemen [7]. In januari 1946 verplaatste de Indonesische regering haar zetel naar Yogya. De Nederlanders veroverden Bangka en Belitung. In maart 1945 brak een revolutie in Batak en grote delen van Sumatra uit. In april 1946 heroverde de Nederlanders Bandung. De Indonesiërs wilden de stad liever afbranden dan dat ze het zouden overgeven aan de Nederlanders. In juli 1946 gaven de geallieerden Indonesië officieel terug aan de Nederlanders met uitzondering van Sumatra en Java [2]. Op 8 juli 1946 werd Van Mook tot "de Algemeene Regeringscommissaris voor Borneo en den Groote Ooste" benoemd voor onderzoeken en voorbereidingen te treffen voor een bewindsstructuur in Borneo en Oost-Indië. Het Australische hoofdkwartier in Morotai was verantwoordelijk voor Kalimantan en Oost-Indonesië en richtte samen met Hollandse regeringsvertegenwoordigers en de Nederlandse Politie de Netherlands Indies Civil Administration (NICA) op, die in de Australische eenheden die in Oost-Indonesië en Kalimantan dienden, ingedeeld was. Onder Australisch toezicht bereikte de NICA een civiele regering in de door de Australiërs bezette gebieden. Onder deze omstandigheden werden de Nederlanders toegestaan, twee bataljons op Bali te landen [5]. In het Linggajati-akkoord accepteerden de Nederlanders het gezag van de Republiek Indonesië in Java en Sumatra. Beide zijden gingen akkoord met een soort van verenigde staten met de Nederlandse kroon als een symbolisch staatshoofd. Op 20 november 1946 werd in de slag van Marga het verzet op Bali door de Nederlanders bedwongen [2]. De Nederlandse kapitein Raymond Westerling begon op 20 november 1946 in Zuid-Sulawesi een campagne tegen republikeinse jongeren. Een reeks oorlogsmisdaden werden burgers aangedaan en kinderen en ziekenhuispatienten werden beschoten [2]. In december 1946 richtten de Nederlanders op de conferentie in Denpasar op Bali de staat Oost-Indonesië op en in maart 1947 de staat West-Kalimantan samen met de Sultan van Pontianak. Op 20 juli 1947 vond de eerste "politionele" plaats: Nederlandse troepen veroverden Java, Madura, Semarang, Medan, Palembang, Padang en bombardeerden daarbij meerdere steden. Dit leidde tot buitenlandse politieke gevolgen: de Amerikanen en de Britten distantieerden zich, de Sowjet Unie ondersteunde de Indonesische Republiek in de UNO en Australië boycotte Nederlandse schepen. Op 4 augustus werd een wapenstilstand tussen Sukarno en de Nederlanders door onderhandelingen tot stand gebracht [2]. In december 1947 stichtten de Nederlanders de staat Oost-Sumatra. In januari 1948 werd onder UN-bemiddeling een voor de Nederlanders gunstige wapenstilstandslinie tot stand gebracht. De Indonesische oppositie protesteerde tegen de overeenkomst. In februari 1948 stichtten de Nederlanders de staat Madura in West-Java en in mei 1948 verklaarde Kartosuwirjo zichzelf tot de iman van het Islamitische Indonesië en kwam daarmee in opstand tegen de Republiek Indonesië en ook tegen de Nederlanders [2]. In maart 1948 zette Van Mook een provisorische regering voor het federatieve Indonesië in en op 8 juli 1948 ontmoetten in Bandung de regeringsleiders van alle Indonesische staten en regionen elkaar, die buiten die van de door de Indonesische Republiek gecontroleerde territoriums lagen. Deze groepering noemde zich Bijeenkomst Federaal Overleg: BFO. Nadat de staten van Midden-Java en Oost-Java waren opgericht, werden ze later toegevoegd [5]. In september 1948 werd door de Nederlanders de staat Zuid-Sumatra uitgeroepen. Van 18 tot 30 september 1948 probeerden de communisten, zonder succes, en slecht geplanned een revolutie tegen de Nederlanders uit. In november 1948 stichtten de Nederlanders de staat Oost-Java [2]. Op 18 december 1948 begonnen de Nederlanders hun tweede "politionele aktie". De gehele burgerregering van de Republiek ging in gevangenschap en hoopte op wereldwijd protest. Op 20 december is heel Indonesië, behalve Atjeh onder Nederlands toezicht. Guerillagevechten laaiden op. De UNO veroordeelde de Nederlanders, de Aziatische staten boycotten Nederland, de USA stopte hun na-oorlogse hulp aan Nederland. Op 31 januari 1948 accepteerden de Nederlanders de wapenstilstand op Java en op 5 januari 1949 op Sumatra. De guerilla-activiteiten versterkten zich. De UNO-Veiligheidsraad eiste de vrijlating van de Indonesische regering en de onafhankelijkheid van Indonesië per 1 juli 1950. Op 1 maart 1949 veroverden de guerilla's Yogya voor slechts zes uren [2]. In april 1949 begon Nederland zich te buigen onder de internationale druk en stemden in mei toe de Republiek Indonesië weer tot stand te brengen en hieromtrent gesprekken aan te gaan. In juni 1949 zuiverden Nederlandse troepen Yogya en op 6 juli keerde de republikeinse regering naar Yogya terug. De door de Nederlanders uitgeroepen staten ondersteunden in een conferentie de zich verenigde republiek. In augustus 1949 heroverden republikeinse troepen Sumatra, op 11 augustus kwam het tot een wapenstilstand op Java en op 15 augustus op Sumatra [2]. De Nederlanders lieten daarna 12.000 gevangenen vrij en op 23 augustus 1949 begon de conferentie in Den Haag. Als resultaat ontstond de Republiek Indonesia Serikat met de Nederlandse kroon als symbolisch staatshoofd, een personele unie die tot 1954 duurde. Sukarno werd president en Hatta vicepresident. Het blijven bestaan van de Nederlandse investeringen werd gegarandeerd. op 29 december 1949 gaven de Nederlanders officieel de souvereiniteit over aan de Republiek Indonesië [2]. Tot maart 1950 hadden de meesten van de tot Nederland uittgeroepen staten zich losgemaakt en bij de republiek aangesloten [2]. De verhuizing van de bewoners van het dichtbevolkte Java, in geringere mate ook van Sumatra en Bali, in de dun bevolkte buiten gelegen eilanden, vooral Kalimantan, "Transigrasi"genaamd. Er werden meer dan 120.000 gezinnen verhuisd naar meer dan 100 plaatsen in Kalimantan [5]. |
![]()
|
||||||||||||||||||
Bronnen:
|
|||||||||||||||||||
| Begin van de zijde |